

1. Het belang van het behoud van de pijnappelklier.
Er is een kleine klier in het
lichaam, de pijnappel. Deze zit net boven het ruggenmerg, en is van groot belang.
In het verre verleden speelde deze klier een grote én actieve rol in de ontwikkeling
van het menselijk brein. Daarom hadden de mensen toen een grotere psychische en spirituele
kwaliteiten en betere controle over hun emoties , maar door het verstrijken van de
tijd, is deze klier een degeneratie ondergaan. Hoever, tegenwoordig is dit kleine
kliertje niet veel meer dan rudimentair en we nemen geen maatregelen om verdere degeneratatie
tegen te gaan. Over enkele duizenden jaren is er niets meer van over.
In yoga is
het algemeen geaccepteerd dat dit – de pijnappelklier - de fysische (lichamelijke)
tegenhanger is van het Ajna Ckra (voorhoofdchakra) van de mens (dit is het derde
oog). De pijnappel is (nog) erg actief bij kinderen, maar tegen de tijd dat ze de
leeftijd van 8 of 10 bereiken, begint deze te verkalken. Bij volwassenen/ouderen
speelt deze klier al bijna geen rol meer in het leven. Dit is bijzonder jammer, want
de pijnappel klier wordt beschouwd als het station dat toezicht houdt op het brein
en een controle functie heeft. Zoals een luchthaven een verkeerstoren heeft, heeft
het brein ook een regel-centrum, dat alle opties in het brein stuurt, reguleert en
blokkeert.
Zodra de pijnappel begint te degeneren, wordt de hypofyse actief, en vliegen
de emoties de pan uit. Dit is de reden waarom zo veel kinderen emotioneel onstabiel
en storend zijn, in de jonge pre-adolecent en volwassen jaren. De pijnappel klier
heeft hier een balancerende invloed op de activiteiten van het brein, dat het hele
brein in ontvankelijke staat houdt. Het is om die reden, dat kinderen van wie de
pijnappelklier nog steeds aangestuurd en beheerst kon worden, meer ontvankelijk zijn,
dan bij wie dat niet zo is. Het tweede belangrijke punt is dat de bijnieren een
hele belangrijke rol spelen in het moraal gedrag van kinderen. De kinderen met crimineel
gedrag, hebben vaak een overactief adrenaline systeem.
2. Mentale ontwikkeling in fasen.
In de wetenschap van yoga zijn er verschillende
takken, die het functioneren het gedrag en de ontvankelijkheid van het brein defineren.
Hoewel het brein een hoog geavanceerd instrument van kennis is, ondergaat de capaciteit
ervan soms perioden van recessie. Soms werkt het brein langzaam en soms is het geevolueerd,
maar versnipperd. Sommige kinderen zijn daarom dof in de geest, anderen zijn intelligent,
maar versnipperen de aandacht. Er zijn ook kinderen die schommelen tussen beide:
het ene moment reageert het kind erg intelligent, het andere als een idioot. Er is
ook een categorie, die is intelligent, stabiel en consistent.
Dofheid, versnipperdheid,
schommelingen, en eenpuntighed zijn verschillende fasen in mentale ontwikkeling van
het menselijke brein. Als kinderen intelligent zijn en consistent, is het belangrijk
dat dit niet in regressie valt. Als kinderen soms intelligent zijn en soms ‘sullig’,
dan moeten we er voorzorgen dat deze schommelingen stoppen. In de kinderen die erg
intelligent, maar versnipperd zijn, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de kinderen
eenwording bereiken in deze patronen van het brein. En natuurlijk moet we een manier
zien te vinden om de kinderen die dof zijn in hun brein, dit ombuigen naar een intelligent
brein. Dat kan bijvoorbeeld met yoga nidra technieken.
3. Het yogische systeem van ontwikkeling.
Er zijn verschillende manieren om kennis
in het brein van een mens te brengen. Een manier is het onderwijs aan de hand van
een meetmethode: een grote 10 als het kind goed is, een 0 als het fouten heeft gemaakt.
Dit is een van de oudste leermethodes. Maar er wordt hier niet gekeken naar het brein
zelf.
Echte ontwikkeling is ontwikkeling van het gedrag van het verstand (the mind,
geest). In de meeste leermethoden wordt gekeken naar het leerproces op het intellectuele
nivo. In yoga daarentegen wordt meer gekeken naar het proces van inprenting van kennis,
dat een spontane gebeurtenis is, in de diepere lagen van de geest.
Hoe dit proces
nog meer vorm kan krijgen vanuit elke fase van mentale ontwikkeling, wordt beschreven
in het boek*, maar voert hier te ver om over uit te wijden.
4. Fysiologische basis van yoga.
Door de technieken van yoga te beoefenen (yoga nidra,
pranayama, surya namaskara en mantra’s), kunnen de innerlijke componenten van het
brein in een staat van regelmaat gebracht worden. Daarom zou het heel goed zijn wanneer
opvoeders en onderwijzers zich verdiepen in yoga. Moderne onderwijs kan niet voorbij
aan deze waarheid, door te zeggen dat yoga een vorm van gymnastiek is, of dat yoga
een wetenschap is van de andere (spirituele) wereld. Er zijn al vele wetenschappelijke
experimenten uitgevoerd.
De activiteiten in het brein gedurende de pranayama zijn
onderzocht. En de effecten die de Hatha yoga claimed zijn hierdoor naar behoren gemotiveerd
en bewezen. Hatha yoga heeft het over de twee hoofd-nadi’s (energiekanalen): ida
en pingala (de koude en de hete energie stroom). Het is duidelijk dat beide kanalen
er in fysiologische zin zijn. Het is niet abstract of symbolisch; dit is realiteit.
Deze belangrijke kanalen bestaan binnen in het kader (structuur) van de wervelkolom.
Het éne kanaal beheerst het brein, de mogelijkheden (stadia) van bewustzijn, en de
andere beheerst de levenskracht en daarme de impact op het fysieke bestaan. Het is
om die reden dat deze kanalen goed geregeld moeten werken, om een gebalanceerde ontwikkeling
van het kind mogelijk te maken.
Als er een blokkade is in één van deze kanalen, heeft
het brein hieronder te lijden. Als een kind ‘suf’ (onnozel) is, hoe ga je dan wetenschappelijk
dit brein verder evolueren? Het is niet fair om het kind als dom te beschouwen en
het verder maar te vergeten. Dit brein kan worden aangepakt door de respectievelijke
nadi te verjongen. Een suf brein is niet noodzakelijk een deficiënt (mechanisch of
structureel gebrek); het kan heel goed een gebrek aan voldoende energie zijn, dat
aan het brein geleverd wordt. Hatha yoga is hier heel duidelijk over: het stelt dat
het beoefenen van pranayama, de prana’s worden uitgebreid naar elk deel van het brein,
waarbij de totale capaciteit toeneemt en wakker wordt. Circulatie van deze prana
is erg belangrijk, niet alleen voor fysieke activiteit, maar ook voor mentale. Met
behulp van pranayama worden zekere electrische activiteiten in het lichaam geactiveerd.
In wetenschappelijk onderzoek is het aangetoond dat de pranayama het brein elektrische
energie laat uitstoten. Op de zelfde manier is het niet zo dat iemand die yoga nidra
beoefent, dat die slaapt; alpha golven worden in het brein geïntensiveerd. Gedurende
slaap zijn delta golven dominant.
5. Hormonale blokkades.
Een andere belangrijke factor is opgemerkt in het ontwikkelen
van het menselijk brein bij kinderen, namelijk dat er blokkades zijn in het hormonale
stelsel, die verminderd of geëlimineerd zouden moeten worden. Soms werkt de schildklier
niet accuraat/voldoende. En dit kan ook de oorzaak zijn van mentale duf-heid. Het
kan ook zo zijn dat de geslachts klieren niet in balans zijn. Veel kinderen zijn
intelligent tot een jaar of 12/13, en dan plotseling valt dat terug. Dat kan gebeuren
als de geslachts klieren niet in evenwicht zijn. Het lichaam maakt een bepaalde hoeveelheid
aan hormonen gelijk, en dan worden overtollige producten afgevoerd. En als dat dan
niet op de juiste manier wordt afgevoerd, dan worden deze opnieuw in het lichaam
opgenomen. En dát heeft weer invloed op het brein.
6. Vrijheid van geest voor onze kinderen.
De meest belangrijke factor die we in overweging
zouden moeten nemen t.a.v. het ontwikkelen van onze kinderen is tevens een verdrietige.
Kinderen zijn niet vrij; ze worden beperkt en beheerst. Ze worden meer en meer in
gedragsvormen geduwd die niet natuurlijk zijn voor ze. Wat gebeurt is dat we een
schaduw werpen op de persoonlijkheid van onze kinderen. We hebben een beeld van ons
zelf, en onze kinderen hebben een ander beeld. Zolang kinderen klein zijn, zijn ze
hulpeloos en hebben geen keus dan zichzelf te accepteren met onze schaduw in hun
geest. Maar zodra ze groter worden, komen ze daartegen in opstand. Het zijn dus eigenlijk
niet de ouders, waartegen ze in opstand komen, maar tegen de structuur die in hun
geest is geplaatst. Als er ongebruikt meubilair in je woonkamer staat, gooi je dat
eruit, niet omdat je de maker van dit meubilair niet mag, maar omdat het meubilair
hinderlijk is in de woonkamer. Net zo willen kinderen alle inprentingen (indrukken)
niet. Ze willen hier vrij van zijn, ze willen denken en reageren volgens hun eigen
natuur en keuzes. Kinderen zouden de mogelijkheden moeten hebben om te fantaseren,
om te visualiseren, om de geest te gebruiken in absolute vrijheid; maar eerst moeten
ze zich bewust worden van wat er allemaal in hun geest gebeurt. Ze moeten dit niet
individueel beoefenen, en ook niet gedurende een lange tijd. Maar korte periodes
en met begeleiding. En dan – stap voor stap – geleidelijk zullen de inprentingen
verdwijnen, die ze niet willen en niet nodig zijn.
7. Mantra en geheugen
het laatste punt is het probleem van het geheugen. Dit is een
groot probleem voor kinderen, dat wil z eggen het probleem van codering, opslag en
het terug opvragen. Al deze processen gecombineerd worden het geheugen genoemd. Zou
je dit probleem voor kinderen hebben opgelost, los je ook het grootste probleem van
het onderwijs op. Als je een methode kunt vinden voor het verbeteren van het geheugen
van kinderen, dan introduceer je een revolutie in het onderwijssysteem. Mensen hebben
allerlei methodes geprobeerd. Maar om het geheugen te ontwikkelen is mij gebleken,
werkt het goed om ze te introduceren op het pad van mantra. De mantra werkt onmiddellijk
op het onderbewuste en onbewuste vlak. Met behulp van mantra, antar mouna en yoga
nidra kan een erg helder geheugen ontwikkeld worden bij kinderen.
